Voor veel van de terugkeerders uit kampen en onderduik was 1945 een gitzwart jaar. Een schril contrast met de feestelijkheden na vijf jaar bezetting.

Daarover gaat de tentoonstelling Het Verdriet van de Bevrijding. Vanwege de corona-crisis nu verlengd tot en met 2 januari 2021.

1945: een gitzwart jaar voor terugkeerders

Bij de entree van de tentoonstelling Het Verdriet van de Bevrijding in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork klinken de laatste tonen van het Wilhelmus, je ruikt chocolade en je ziet tegelijkertijd meteen de ontredderde blik in de ogen van Ernestine van Witsen-Weinberg, die op een levensgroot portret de opening markeert. Bepakt met wat schaarse bezittingen keert ze, zonder haar man, terug uit Bergen-Belsen. "Haar gezicht is het gezicht van het verdriet van de bevrijding", zegt onderzoeker Bas Kortholt van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. "Leeft mijn dochtertje nog? Waar is mijn man gebleven?" Voor veel van de terugkeerders, de weinige die er waren, was 1945 misschien wel het zwartste jaar uit hun bestaan.

"Welke plek symboliseert de onderduik - als hét onderduikdorp van Nederland en misschien wel van de wereld? Dat is Nieuwlande"- Bas Kortholt, onderzoeker bij Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Nieuwlande, hét onderduikdorp van de wereld

Kortholt legt uit: "Voor het maken van de tentoonstelling vroegen we ons af: wat zijn belangrijke plekken en momenten in dat bevrijdingsjaar geweest? Dat was de bevrijding van Auschwitz, en die van kamp Westerbork, Theresienstadt en Bergen-Belsen. Maar ook de onderduik wilden we symboliseren, dat is vaak een vergeten groep geweest. En welke plek symboliseert die onderduik - als hét onderduikdorp van Nederland en misschien wel van de wereld? Dat is Nieuwlande. En als laatste: de terugkomst in Nederland. Hoe worden mensen hier na de oorlog opgevangen? En hoe hebben de Joodse gemeenschap, de Sinti en Roma dat jaar beleefd? Het bevrijdingsjaar 1945."


Het koekblik van Abel en Thea Herzberg (foto: RTV Drenthe/Sophie Timmer)
 

Het koekblik van Abel Herzberg

Het verhaal wordt ook door middel van persoonlijke spullen en objecten verteld. Zoals kampkleding, maar ook: "Het koekblik van Abel Herzberg, een heel beroemde historicus. Dat blik had hij mee in de trein van Bergen-Belsen naar Tröbitz. Vlak voor de bevrijding kon een grote groep van gevangenen nog uitgeruild worden, de nazi's wilden ze van Bergen-Belsen naar Theresienstadt sturen. Die trein heeft twee weken lang rondgereden door Duitsland. Ze kregen geen voedsel, dus elke keer als de trein stopte, verzamelde Herzberg in dat blik wat aardappels uit de buurt, die kon je koken in de trein, op allerlei zelfbedachte zaken. Dat koekblik konden we lenen. En Abel Herzberg is een icoon en zo konden we die zaken combineren", aldus Bas Kortholt.

Het hele gesprek met Bas Kortholt is terug te luisteren in het radioprogramma Drenthe Toen.